algemeen  
 
   
 
  jaarkalender  
 
  contact  
 
  adresgegevens  
 
   
 
 
 
 

het onderwijs

kwaliteitszorg

Elke school dient in het kader van de ‘Kwaliteitswet’ te beschikken over beleid dat betrekking heeft op de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De inspectie houdt daarop toezicht in het kader van de WOT (2002).

Systematiek is daarbij een sleutelwoord: het gaat om systematisch werken aan duidelijke onderwerpen die men dient te beschrijven, te beoordelen, te verbeteren en te evalueren. Hier valt te denken aan: pedagogisch klimaat, didactisch handelen, opbrengsten en communicatie. Het is daarbij vooral handig als je "weet wat je wilt" met je school. Welke doelen streef je bewust en/of onbewust na? Het helder krijgen van die doelen is in het traject van groot belang. Vanuit die doelen kun je aan de slag.

Zo ook op de Groen. Naar aanleiding van het inspectie rapport staat dit jaar het kwaliteitsbeleid centraal. Naar aanleiding van dit kwaliteitsbeleid moeten wij als Groen de beginsituatie van onze leerlingen bepalen.
Daarbij moeten wij een aantal gegevens in kaart brengen:
- De hoogst genoten opleidingen van de ouders van onze leerlingen.
- Resultaten van ons leerling volgsysteem.
- Observaties van de leerkrachten hoe zij onze leerlingen ervaren.

Naar aanleiding van deze gegevens hebben wij SMART doelen van ons onderwijs op de Groen opgesteld. Deze doelen zijn uiteraard gekoppeld aan de kerndoelen voor het basisonderwijs. We hebben gekeken naar ons onderwijs. Sluit dit aan bij de beginsituatie en behoeften van onze leerlingen. Hierin kwam ook duidelijk naar voren hoe belangrijk het voor onze school is dat wij nu met het traject Toptalent gestart zijn. Dit sluit goed aan bij de behoefte van onze leerlingen.

Ook brengen wij ieder half jaar aan de hand van het leerlingvolgsysteem toetsen in kaart. Op deze manier kunnen wij direct zien of ons onderwijs aanslaat en zo niet dan kunnen wij dit bijsturen.

Al deze punten worden in ons kwaliteitsbeleid vastgelegd. Om onze afspraken goed te borgen leggen wij dit ook vast in de kwaliteitskaart aanbod.
 

een kleinschalige school

Tegen de druk van de schaalvergroting in, wil “De Groen” een kleinschalige school blijven. Naar onze mening blijft het ‘familiekarakter’ op school zo het beste gewaarborgd. In een omgeving waarin grote en kleine mensen elkaar respecteren, hopen we voldoende veiligheid en geborgenheid te bieden waarbij een ieder zich prettig voelt.

het klimaat in de school

De sfeer op school is veilig en vertrouwd. We proberen elk kind tot zijn recht te laten komen. Wij zijn alert op signalen van discriminatie en pesten en werken vooral aan het voorkomen ervan. Aan het begin van het schooljaar maken wij in een les samen met de kinderen afspraken. Er zijn daarbij drie aandachtsgebieden: 1. Het zo goed mogelijk uitvoeren van het eigen werk, 2. Wat is goed voor de groep en het individuele kind, 3. Wat is goed voor de school, het lokaal en de spullen in de klas. De afspraken worden uitgewerkt in diverse situaties: het zelfstandig werken, de uitleg/instructiemomenten, de omgang met elkaar en vrije situaties (schoolplein, onderweg). De afspraken worden samengevat in een document wat in de klas komt te hangen en door alle kinderen wordt ondertekend. Wij maken verder gebruik van de methode “Beter omgaan met jezelf en de ander” om sociaal-emotionele situaties aan de orde te stellen.
 

de adaptieve school

De school is in de eerste plaats de plek waar kinderen leren lezen, schrijven en rekenen. Daarbij is de complete ontwikkeling tot een volwaardig mens het uitgangspunt. Kinderen hebben daarin verschillende kwaliteiten en mogelijkheden. Op “De Groen” proberen we met adaptief onderwijs zo goed mogelijk aan te sluiten bij deze verschillen. Adaptief onderwijs is onderwijs dat voldoet aan een drietal basisbehoeften van leerlingen: relatie, competentie en autonomie. Onder de basisbehoefte ‘relatie’ verstaan we dat leerlingen zich geaccepteerd weten, ze erbij horen, ze het gevoel hebben welkom te zijn, ze zich veilig voelen. Onder de basisbehoefte ‘competentie’ verstaan we dat leerlingen ontdekken dat ze de taken die ze moeten doen aankunnen, en dat ze ontdekken dat ze steeds meer aankunnen. Onder de basisbehoefte ‘autonomie’ verstaan we dat leerlingen weten dat ze (in elk geval voor een deel) hun leergedrag zelf kunnen sturen. “De Groen” hecht grote waarde aan leerprestaties, maar wil dit niet bereiken binnen een competitiesfeer. Presteren doe je niet ten koste van de ander, maar voor jezelf; ieder op zijn eigen manier en op zijn eigen niveau. Zelfstandigheid en samenwerking zijn voor ons belangrijke aandachtspunten binnen het leerproces en het onderwijs.
 

de inhoud van het onderwijs

Kinderen ontwikkelen zich van nature. Ze zijn nieuwsgierig en willen steeds iets nieuws leren. Op school ondersteunen we de kinderen en dagen ze steeds uit iets nieuws te ontdekken. Als de ontwikkeling iets minder vanzelfsprekend verloopt, bieden we hulp. We houden rekening met alle leerlingen; wie moeite heeft met een bepaald onderdeel krijgt extra hulp en extra oefenstof. Wie goed kan leren krijgt extra uitdagende opdrachten.
 
Methodes die wij op onze school gebruiken zijn o.a.:
 
Startpunt
Godsdienst
Kleuterplein
voorbereidend taal/lezen/rekenen
Veilig Leren Lezen
aanvankelijk lezen
Tekstverwerken
begrijpend en studerend lezen
Estafette
Technisch lezen
Taal actief
Taal
Wereld in getallen
Rekenen
Pennenstreken en Schrijfdans
voorbereidend schrijven
Meander
Aardrijkskunde
Brandaan
Geschiedenis
Natuurlijk
Biologie
Verkeerskrant 3VO
Verkeer
Real English
Engels
Beter omgaan met jezelf en de ander
sociaal-emotionele ontwikkeling
Handvaardig
handvaardigheid en tekenen
Moet je doen
Tekenen
Moet je doen
Drama
Bewegingsonderwijs in het speellokaal
bewegingsonderwijs kleuters
Basislessen bewegingsonderwijs
bewegingsonderwijs groep 3 t/m 8



Cultuurbeleid

“Ieder kind is een kunstenaar” 
                               Pablo Picasso 
We hebben ons laten inspireren door Pablo Picasso. Zijn visie is dat een kind vroeg moet beginnen met kunst onderwijs. Jonge kinderen gebruiken al hun zintuigen, ze houden van kleuren, van spanning, van muziek, gedichtjes, verhalen, verkleden, rollenspel en verzamelen. Daaraan koppelen we de 7 kunstdisciplines: muziek, drama, beeldende vorming, dans, audiovisuele vorming, literatuur en erfgoed. In het schooljaar 2009 -2010 zijn onze speerpunten muziek en erfgoed In samenwerking met het Muziek Centrum van de Omroepen hebben we een aantal leerlijnen uitgezet: het bijwonen van orkestrepeties van het Filharmonisch orkest, het Groot omroepkoor en het Metropole orkest . Ook zullen een aantal musici workshops geven in verschillende groepen. Erfgoed dat wil zeggen alle sporen uit het verleden die we de moeite waard vinden om te bewaren. Zoals bijvoorbeeld foto’s, gebouwen, schilderijen, familieverhalen, recepten, opzegversjes, beelden Voor de onderbouw maken wij lessen aan de hand van de cultuurwaaier. Het gaat hierbij om erfgoed van jezelf ( bv stamboom, babyfoto’s, oude voorwerpen) en om erfgoed in de omgeving ( bv gebouwen, beelden , straatnamen). Bij de groepen 6 t/m 8 sluiten de erfgoedlessen aan bij de geschiedenis methode(bv een bezoek aan kamp Amersfoort, het Raadhuis, het Muiderslot). De interne cultuur coordinator draagt er samen met de directeur zorg voor dat het culturele beleidsplan wordt uitgevoerd. Bij ons is de interne cultuur coordinator (ICC) Jolanda Krudde.

toptalent

Begaafde en hoogbegaafde kinderen kunnen meer. Het bevorderen van excellentie heeft momenteel aandacht binnen het onderwijs. Van beleids­niveau tot school­niveau worden initia­tieven ontwikkeld om de groep talentvolle kinderen tot ontwikkeling te laten komen. Het gaat bij excellentie om feitelijke topprestaties, die door talentvolle, niet alleen (hoog)begaafde kinderen kunnen worden bereikt. Het gaat erom talentvolle kinderen zo uit te dagen dat het leerpotentieel maximaal wordt "benut".
 
Erkenning
Om het TOPtalent te erkennen is kennis nodig.
Deze kennis van KINDKENMERKEN geeft inzicht in de sociaal emotionele kenmerken en welk gedrag en welke begeleiding daarbij past. De kennis van kindkenmerken geeft ook aanwijzingen voor de begeleiding van de cognitieve mogelijk­heden.
Kennis is ook noodzakelijk bij het kind zelf, bij de leerkrachten en de ouders. Pas als er kennis en inzicht is bij alle partners, zijn zij in staat van elkaar te profiteren.
  
Doelstellingen
De Groen wil de komende 3 jaar ons hierin als team gaan bekwamen.
We hebben ons daarbij de volgende doelen gesteld:
Scholen hebben hun ambitie onder woorden gebracht en verbinden hun activiteiten met hun visie en missie.
Scholen signaleren welke TOPTALENTEN zij in huis hebben.
Scholen gaan uit van de 3 basisbehoeften van het TOPTALENT: erkenning, uitdaging en autonomie.
Kinderen, ouders en school zien elkaar als partners in de begeleiding van TOPTALENT.
De TALENT-coach wordt op school de deskundige en bindende factor tussen de partners.
Leerprestaties van TOPTALENTEN worden verhoogd door een passend leeraanbod, waarbij aandacht is voor hun sociaal emotioneel welzijn.
Excelleren wordt beloond. Niet alleen cognitief talent, maar ook andere talenten van het kind worden benut. De meervoudige intelligenties bieden mogelijkheden voor positieve gevoelens van welzijn.

groep 1 en 2

We werken met drie kleutergroepen, heterogene combinatiegroepen van groep 1 en 2 door elkaar. De leerkrachten kunnen hierdoor meer aandacht besteden aan de individuele ontwikkeling van ieder kind.
 
In de kleutergroepen wordt gewerkt volgens het model basisontwikkeling met een viertal uitgangspunten:
1. pedagogische verantwoordelijkheid; kernbegrippen hierin zijn: welbevinden en betrokkenheid.
2. het bij elkaar brengen van het onderwijs en de buitenschoolse werkelijkheid; situatie georiënteerd thematisch onderwijs.
3. ontwikkelend onderwijs, volgens het principe van de zone van de naaste ontwikkeling.
4. onderwijs aangepast aan de onderwijsbehoeften van en de verschillen tussen kinderen.
 
Doelen van de activiteiten van de basisontwikkeling:
1. de activiteit moet relevant zijn voor de kinderen, zinvol zijn en motiveren tot actieve deelname
2. de activiteit moet bijdragen aan het ontwikkelings- en leerproces dat we in de basisontwikkeling noodzakelijk vinden
3. de activiteiten zijn verbonden aan relevante inhouden, of onderwerpen uit de sociaal-culturele wereld of uit de natuur.
Het moet gaan om inhouden en activiteiten waar kinderen op hun eigen manier aan willen en (m.b.v. anderen) aan kunnen deelnemen.
 
Om de ontwikkeling van de kinderen objectief te kunnen volgen en in kaart te brengen, hebben wij ook voor de kleutergroepen een leerlingvolgsysteem.
 
Het onderwijs voor de kleuters vindt plaats in de vorm van het werken met thema’s, waarbij de verschillende ontwikkelingsgebieden in samenhang aan bod komen. Allerlei activiteiten geven vorm en inhoud aan de stimulerende omgeving die de school wil bieden. Voor het bewegingsonderwijs wordt wekelijks een circuitmodel gebruikt waarbij verschillende vaardigheden zoals klauteren, vangen, werpen, balanceren e.d. aan de orde komen. De kinderen leren zich op allerlei manieren te uiten, zowel in woorden als doormiddel van expressie en in spel. Bij dit alles speelt de sociale ontwikkeling een belangrijke rol; de kinderen leren om rekening te houden met hun medeleerlingen, samen te werken en samen te spelen. Bij de overgang naar groep 3 wordt zorgvuldig bekeken of een kind daaraan toe is. Verschillende aspecten (taal, spel, zelfstandigheid en sociaal-emotionele ontwikkeling) spelen hierbij een rol.

groep 3 t/m 8

Vanaf groep 3 worden lezen, rekenen en schrijven duidelijk herkenbare schoolvakken. Van groep 3 tot en met groep 8 beginnen de kinderen elke ochtend een kwartier met stillezen. Ze mogen daarvoor zelf een boek kiezen dat ze leuk vinden uit onze eigen bibliotheek. In groep 3 en 4 fungeren leerlingen uit groep 6 en 7 als tutor en helpen de beginnende lezertjes. In de groepen 5 t/m 8 worden de vakken verder uitgebreid met o.a. aardrijkskunde, geschiedenis en in groep 7 en 8 met Engels. In groep 8 wordt, in het kader van bevordering gezond gedrag, elk jaar een jeugd-EHBO cursus gegeven.
 
Naast klassikaal onderwijs vindt onderwijs in groepjes plaats of werken kinderen individueel. Bij dit alles is plaats ingeruimd voor differentiatie en zelfstandig werken. In alle groepen wordt met een dag- of weektaak gewerkt. Hierbij krijgen de leerlingen de gelegenheid om zelfstandig te werken. De opdrachten komen uit de verschillende vakgebieden. Nadat de leerkracht de opdrachten heeft toegelicht en er met de groep over is gesproken, gaan de kinderen zelfstandig werken. Gedurende deze tijd heeft de leerkracht de gelegenheid om kinderen die dat nodig hebben, individueel of in een groepje, extra te begeleiden vanuit een planmatige opzet.

expressie

Net als voor andere vakken worden voor tekenen, handvaardigheid, drama en muziek leerplannen gebruikt.

computers in het onderwijs

De groepen 3 t/ 8 hebben een digitaal schoolbord. De kleutergroepen hebben samen één digitaalschoolbord.
 
Met een digitaal schoolbord kunnen leerkrachten en leerling de computer bedienen zonder het gebruik van een toetsenbord en muis. Het gebruik van het bord in combinatie met een beamer stelt beiden in staat de grootte van het beeldscherm op te blazen tot het formaat van een traditioneel witbord. Daarmee wordt de computer een groepsinstrument dat met de gehele groep of delen ervan kan worden gebruikt.














De combinatie van computer, beamer en witbord stelt je in staat alle functionaliteit van een computer te presenteren aan de groep. Cd-roms met software kunnen in de groep worden getoond. DVD-s en opnamen van een camcorder kunnen klassikaal worden afgespeeld. Bewerkingen binnen programma’s zoals tekstverwerkers, beeldverwerkingsprogramma’s, tekenprogramma’s en presentatieprogramma’s kunnen in de groep worden voorgedaan. De resultaten ervan kunnen in Word, Powerpoint en MS Explorer worden getoond

documentatiecentrum

Voor het maken van werkstukken kunnen de leerlingen gebruik maken van een eigen documentatiecentrum met uitleenregistratie en trefwoordencatalogus en het internet.

huiswerk

Definitie: Huiswerk is schoolwerk dat de groep klassikaal mee naar huis krijgt.
 
Wat is het doel van huiswerk op “de groen”?
• huiswerk is een belangrijk middel om de zelfstandigheid van het kind te bevorderen.
• huiswerk is een belangrijk middel om te leren plannen.
• huiswerk is een middel om toetsen voor te bereiden.
 
Tijdens de lessen kunnen daarvoor vaardigheden worden aangeboden, die thuis geoefend moeten worden. Het leren moet als het ware als een probleem gepresenteerd worden:
• Hoe leer ik leren?
De vaardigheden, die tijdens de lessen op school worden aangeboden zijn o.a.:
- onderscheiden hoofd- en bijzaken.
- stellen van goede vragen bij een tekst.
- het maken van een samenvatting.
• De kinderen moeten bij het maken van het werk leren zichzelf te controleren.
• In het leren plannen onderscheiden we de volgende leermomenten:
- de kinderen leren het te maken werk van tevoren te overzien en denken goed na over de te volgen werkwijze vóórdat de uitvoering van deze handelingen plaatsvindt. Pas dan kunnen we spreken over een zorgvuldige planning!
- de kinderen leren tijdens het oplossen van problemen dat zij bepaalde stappen hebben overgeslagen of bepaalde regels onvoldoende kennen.
- de kinderen leren de uitkomsten van de door hen gemaakte opgaven vergelijken met de correcte uitkomsten.
 
Uitgangspunten bij huiswerk op “de groen”
Bij het geven van huiswerk gaan we uit van de volgende uitgangspunten:
• alle leerstof wordt in principe onder schooltijd aangeboden.
• het huiswerk moet zinvol zijn en zonder veel extra hulp gemaakt kunnen worden.
• het huiswerk wordt door de leerkracht zorgvuldig opgegeven.
• de ouders/verzorgers zijn op de hoogte van de wijze waarop wij met huiswerk omgaan.
• we houden zoveel mogelijk rekening met de belastbaarheid cq mogelijkheden van de kinderen.
 
Hoe ziet huiswerk er op “de groen” uit?
• Groep 6: 1 keer per maand: topografie (eerst op school aanleren hoe ze dit kunnen leren )
• Groep 7: 2 keer per maand: toetsen grotendeels thuis leren (aardrijkskunde incl. topografi e en geschiedenis). Toetsen worden geleerd n.a.v. een samenvatting. Maximaal 1 toets per week
• Groep 8: 1 keer per week: toetsen thuis leren (aardrijkskunde incl. topografi e, geschiedenis, natuur en Engels). Toetsen worden geleerd n.a.v. een zelfgemaakte samenvatting. Maximaal 1 toets per week. Hiernaast krijgen de kinderen 1 keer per week huiswerk in de vorm van een reken- of taalopdracht.
 
Het voorbereiden van spreekbeurten en boekbesprekingen noemen wij geen huiswerk. Ditzelfde geldt ook voor de woordpakketten. De leerlingen mogen deze woordpakketten meenemen naar huis, maar het is geen verplichting.
 
© De Groen van Prinsterer, laatste keer gewijzigd op 23-08-2010